Ronde zes vlecht.
De een op een neer methode voor een ronde 6 vlecht.

Hier probeer ik een ruimtelijke vlecht in platte tekeningen weer te geven. Denk dat de tekeningen eigenlijk rond lopen, de draad die aan de ene kant verdwijnt en aan de andere kant weer verschijnt loopt aan de achterkant door. Houd je draden strak en het zal een mooie vlecht worden.

Deze vlecht werkt het makkelijkst als je de draden in twee groepjes van drie per hand vasthoudt.

Begin met je draden vast aan je vaste punt en houdt ze vast zoals dit. Je begint straks met het invlechten van de bovenste driehoek. Begin van rechts en leg de eerste draad over de tweede, ga verder met de volgende twee draden, en herhaal met de laatsten. Laat de eerste draad liggen en ga verder met de tweede van links en leg telkens de linker draad over de rechter. Kruis slechts de middelste twee draden, rechts over links. Kruis nu de buitenste draden met elkaar achter het werk, houdt de draad die van de rechter kant komt boven, dus als buitenste.
Neem de nieuwe buitenste draad links en vlecht hem naar het midden, begin met onder de draad rechts ervan door. Ga verder naar rechts, over de volgende draad. Neem de buitenste draad rechts werk hem naar links, begin met over de draad er links naast. Onder de volgende. En over de draad die net van rechts is gekomen.
Herhaal, kruis eerst de buitstenste draden achter het werk, let er op dat je ook daarbij over een, onder een blijft gaan, vlecht dan een draad door tot het midden. Vervolgens vlecht je de andere buitenste draad naar het midden, tot hij de draad van de andere kant heeft gekruist.
Zie dat sommige draden naar links draaien en anderen naar rechts. In mijn tekeningen gaan de donkere draden een kant op en de lichtere de andere kant.
Ze gaan altijd dezelfde kant op en kruisen niet met andere draden die dezelfde kant uitgaan. Dit is een karakterterk van een ronde vlecht.

Een ronde vlecht maken met meer draden werkt op dezelfde manier zolang je maar een even aantal draden gebruikt. Eerst bovenaan een driehoek invlechten, dan van de buitenkant af achter het werk kruisen en de draden, een voor een, naar het midden doorvlechten. Als laatste kruis je hen middenvoor.
Als je met meer dan 6 draden werkt zul je waarschijnlijk een kern nodig hebben om een stevige vlecht te krijgen, anders word het een soort buisje.

 
Een stapje terug.
©Willeke 2005